Naar de inhoud Naar de footer

Hoe houden we de energie-intensieve industrie in Nederland?

Geef de industrie een perspectief

Hoge energieprijzen alleen-zijn niet het enige argument om te vertrekken. Bedrijven die willen omschakelen lopen vast op netcongestie, trage vergunningverlening en onzekere financiering. Een nog groter probleem is het ontbreken van investeringszekerheid. Wie een grote investering moet doen, kiest voor zekerheid.

Zolang de overheid geen duidelijke normering stelt voor het gebruik van hernieuwbare energie na 2030, weten bedrijven niet waar ze aan toe zijn. Duitsland en Frankrijk hebben die normering al vastgelegd. Nederland nog niet.

De technische route ligt er
De omschakeling zelf is niet het probleem. Productieprocessen die nu op gas of olie draaien kunnen worden vervangen door elektrische alternatieven. Voor processen die moeilijk te elektrificeren zijn, zoals delen van de chemie en staalproductie, biedt waterstof of biogas de meest kansrijke duurzame route. De Rotterdamse haven heeft goede mogelijkheden voor invoer en doorvoer, maar het netwerk vraagt aanpassingen waarvoor tot nu toe te weinig geld is vrijgemaakt. Dat vraagt een concrete investeringsbeslissing, nu.

Onze economie drijft ook op de industrie
Industriële bedrijven die omschakelen investeren in nieuwe technologie, trekken hoogwaardige werkgelegenheid aan en worden onderdeel van een Europese maakindustrie die op duurzaamheid concurreert. Nederland heeft de Rotterdamse haven, de kennis en de industriële basis om daarin een serieuze rol te spelen.

Maar dat vraagt dat de overheid nu kiest: normering na 2030 vastleggen, investeren in waterstofinfrastructuur en vergunningverlening versnellen. Verduurzaming en economische groei gaan hier hand in hand, maar alleen als de randvoorwaarden er zijn om die combinatie te maken.

Laat NL het voorbeeld zijn van verduurzaming in de industrie
En nog iets: of een fabriek nu in Pernis staat, in Spanje of in India, schoner produceren is een evidente en mondiale opgave. De hittegolf die deze week over Europa trekt, laat zien wat er gebeurt als we doorgaan op het huidige niveau van CO₂-uitstoot. Bedrijven die nu vertrekken, nemen die uitstoot mee. Ze verdwijnen weliswaar uit onze Nederlandse statistieken, maar niet uit onze atmosfeer.

Hoe sterk zou het zijn als Nederland mondiaal kan aantonen dat het met haar infrastructuur en middelen deze verduurzaming voor de industrie succesvol helpt realiseren.  Drie afsluitende opmerkingen:

  1. Het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie (NPVI) brengt Rijk, provincies, gemeenten, industrie, netbeheerders en andere partijen bij elkaar om dat voor elkaar te krijgen. De sense of urgency moet sterk omhoog voor dit programma!
  2. Ongeveer tweederde van de industriële uitstoot komt van de grootste twintig bedrijven, daarom probeert de overheid juist met deze bedrijven maatwerk afspraken te maken over extra CO₂-reductie, investeringen, leefomgevingswinst en voorwaarden zoals infrastructuur of ondersteuning. Daarvoor is geld nodig.
  3. In lijn met de eerste twee punten, de overheid heeft het voor elkaar om voor Defensie tussen de 16 en 19 miljard euro per jaar vrij te maken komende jaren ivm de veiligheid van ons land en als gevolg van de NAVO afspraken. Maak naast de al genoemde normering voor na 2030 als overheid een keuze om de industrie nog beter financieel bij te staan bij deze noodzakelijke duurzame en voor NL economische transitie.

Tegelijkertijd moet op Europese schaal middels wetgeving rond vraagsturing in de diverse sectoren de prikkel komen voor de industrie om te willen verduurzamen. Lees daarvoor nogmaals ons eerdere artikel en Europese landen (overheden en bedrijfsleven) moeten samenwerken, elkaar blijven vinden in (technologische) oplossingen voor de energie-intensieve industrie.

Robert Jan Van Vliet

Laat Nederland het bewijs zijn dat een sterke industrie en duurzaamheid samengaan.

Robert Jan Van Vliet