En dat gaat ons allemaal aan.
De CO2-uitstoot in Europa moet omlaag en daarbij kan de industrie niet buiten schot blijven. Niet om de industrie als ‘het probleem’ te bestempelen, maar simpelweg omdat we veel maken en de industrie daarmee de basis levert voor wat onze economie laat draaien: staal, chemie, kunststoffen, papier, glas, beton, meststoffen. Zonder industrie geen huizen, wegen, auto’s, voedsel.
Afgelopen weken maakte ik een tour langs diverse industriële ondernemers en groene producenten. Ook nam ik deel aan het Groene Waterstofhuis, waar bedrijfsleven en overheden elkaar treffen om samen na te denken over een groene, autonome toekomst voor Europa.
Drie zaken vielen me op:
- Overheden zijn hard bezig het industrie- en verduurzamingsbeleid scherper neer te zetten, niet alleen in het belang van lokale ondernemers, maar ook van Europa als geheel. Als we willen dat de industrie omschakelt, moeten we het perspectief op investeren verbeteren.
- Zowel industrie als overheid hebben kennisgenomen van de recente update (september 2025) van het Deloitte-rapport over vraagstimulering. Dat rapport biedt een waardevolle lens op de urgente vraag: hoe steun je de industrie met regelgeving die op Europese schaal de stap naar duurzame productie versnelt?
- Strategische autonomie is geen abstract beleidswoord meer. Europa heeft in de praktijk geleerd hoe kwetsbaar afhankelijkheid is. Wie duurzaamheidsambities wil halen, moet óók zorgen dat Europa concurrerend blijft en zelf kan blijven produceren.
Dat brengt me bij de kernvraag: waarom heeft de industrie behoefte aan vraagstimulans?
Europa verliest industrie en grip
Hoge energieprijzen en CO₂-kosten maken productie in Europa relatief duur. Daardoor verschuift productie naar regio’s met lagere kosten. Europa importeert vervolgens dezelfde materialen terug. Op papier daalt de EU-uitstoot, maar in werkelijkheid verschuift een deel van de uitstoot simpelweg over de grens.
Europa probeert dat te corrigeren via CBAM: de CO₂-correctie aan de grens die import duurder maakt. Dat helpt, maar het is geen waterdicht systeem. Bovendien lost CBAM niet het grootste probleem op: zelfs als je import eerlijk beprijst, blijft groen produceren vaak duurder dan grijs.
De missing link: vraagzekerheid
Daarom wint één idee terrein: vraagstimulering via Europese ‘demand mandates’. De vraag-kant van de markt krijgt een groene verplichting: wat er op de markt komt, moet groen zijn. Of het nu binnen of buiten Europa is geproduceerd. Simpel uitgelegd kunnen bedrijven die groen produceren daarmee een premium vragen voor hun eindprodukten of halffabrikaten.
Europa wijst een aantal grote, homogene markten aan (denk aan auto’s, bouwmaterialen, verpakkingen, brandstoffen) en zegt: “Vanaf datum X moet een oplopend aandeel van de producten die de markt opkomen groen zijn.” Het duurzame kan zitten in directe emissies (scope 1), in ketenemissies (scope 3) of in specifieke grondstoffen (bijv. biobased of gerecycled).
Het effect van vraagstimulering is groot: producenten krijgen zekerheid dat er afzet is. En met zekerheid komt investeringsbereidheid. Zo kunnen groene productielijnen opschalen en dalen kosten uiteindelijk sneller.
Maar wordt alles dan duur?
In de praktijk valt dat vaak mee. Een belangrijk inzicht uit het Deloitte-rapport is dat basismaterialen vaak een klein deel zijn van de uiteindelijke consumentenprijs. Neem staal in auto’s: staal is grofweg rond 1% van de kostprijs. Als 20% van dat staal groen moet zijn, stijgt dat aandeel bijvoorbeeld naar 1,2%. Omgerekend: ongeveer €150 op een auto van €44.000. Niet nul, maar ook niet de reden waarom iemand geen auto meer koopt.
Vergelijkbare voorbeelden gelden voor melk (via groenere meststof), kerosine (via lagere emissies in raffinage) en PET-flessen (via biobased of chemisch gerecycled plastic). De logica is steeds dezelfde: een relatief kleine prijsprikkel aan het einde van de keten kan een grote investeringshefboom aan het begin van de keten zijn.
Autonomie en concurrentiekracht
Vraagstimulering gaat niet alleen over het reduceren van vieze uitstoot. Het gaat ook over geopolitiek en weerbaarheid. Europa heeft geleerd wat afhankelijkheid betekent van Russisch gas tot mondiale ketens die onder druk komen te staan. Als Europa zijn duurzaamheidsambities wil halen én concurrerend wil blijven, dan moet het zorgen dat de industrie hier kan investeren en blijven produceren.
Conclusie
Vraagstimulering is niet hét wondermiddel voor een groene toekomst, maar kan wel een belangrijke duw in de rug zijn voor de industrie, voor wie de duurzaamheidstransities duur en risicovol zijn. Het geeft meer zicht op bestaanszekerheid. De vraag die overblijft is niet of we iets extra’s willen doen, maar of we accepteren dat zonder vraagzekerheid de industrie óf uitstelt, óf vertrekt. En dat is uiteindelijk de duurste optie, voor ons klimaat, onze economie en onze autonomie.
Robert Jan Van Vliet
Een relatief kleine prijsprikkel aan het einde van de keten kan een grote investeringshefboom aan het begin van de keten zijn.
Robert Jan Van Vliet